Zeepaardje

Langsnuitzeepaardje

Nederlandse naam: Zeepaardje
Wetensch. naam: Hippocampus spec.
Engelse naam: Seahorse

Herkomst: Tropische en sub-tropische gedeelte van de Stille, Atlantische en Indische Oceaan
Leefomgeving: Kustwateren en koraalriffen
Voedsel: Voornamelijk kleine kreeftachtigen

Lengte: 2-30 cm
Uiterlijk: Ze kunnen van kleur veranderen, zodat ze zich kunnen ze aanpassen aan de omgeving. Ze hebben geen schubben. Verder hebben ze een lange snuit en een lange staart, die ze gebruiken om zich vast te grijpen aan planten en zeewier (zoals te zien is op de foto). Op hun rug hebben ze een kleine rugvin.


Er zijn 35 soorten Zeepaardjes. Zeepaardjes behoren tot de Zeenaalden. Het lijken niet echt op vissen, maar dat zijn ze wel. Ze hebben geen schubben, waardoor het Zeepaardje zowel een inwendig als een uitwendig skelet heeft. Hierdoor is hij voor veel andere dieren veel te hard om op te eten. Ook hebben ze geen tanden en geen maag. Hij moet dus constant eten om genoeg voedingstoffen binnen te krijgen. Behalve de zeekrabben heeft het Zeepaardje weinig vijanden, omdat hij zo slecht verteerbaar is.

Zeepaardjes zijn de langzaamste vissen, omdat ze een hele kleine rugvin gebruiken om te zwemmen. Sommige soorten kunnen niet harder dan 0,016 km/h. In tegenstelling tot de meeste vissen kunnen ze wel recht naar boven en naar onderen zwemmen.
Zeepaardjes kunnen hun ogen, net als een kameleon, apart van elkaar bewegen. Hierdoor hoeven ze niet steeds helemaal om te draaien om iets te kunnen zien dat zich achter hen bevindt.

Bij Zeepaardjes vindt de bevruchting in het mannetje plaats. Eerst houden ze een uitgebreide paringsdans. Daarna brengt het vrouwtje tijdens de paring, waarbij de staarten van een koppel verstrengeld zijn, de eicellen in de buidel van het mannetje. Vervolgens bevrucht het mannetje de eicellen met zijn zaad. Het mannetje raakt dus zwanger van het vrouwtje. Zodra de eitjes uitkomen, blijven de jonge zeepaardjes in de buidel van het mannetje, totdat ze zelfstandig kunnen leven.