Kabeljauw
Nederlandse naam: Kabeljauw
Wetensch. naam: Gadus morhua
Engelse naam: (Atlantic) Cod
Herkomst: Noordelijke Atlantische Oceaan en Noordelijke IJszee
Leefomgeving: Koele wateren
Voedsel: Bodemdiertjes en vis; vooral Haring, Sprot en Spiering
Lengte: tot 140 cm
Gewicht: tot 25 kg; vroeger tot 90 kg
Uiterlijk: Ze zijn langwerpig en hebben 3 rugvinnen en 2 anaalvinnen. Over hun zij loopt een duidelijke zijlijn (op de foto minder duidelijk te zien).
Kabeljauwen leven in scholen. Ze paaien in het vroege voorjaar. Elk vrouwtje legt dan ongeveer 60 miljoen eitjes. De jonge Kabeljauwen die daaruit komen, worden Gul genoemd. Ze jagen het liefst boven zand- en slikbodems. Ze hebben een baarddraad met smaakzintuigen, waarmee ze vissen en bodemdiertjes op de bodem kunnen vinden.
Kabeljauw is een belangrijke consumptie vis en is op sommige plaatsen hierdoor sterk in aantal afgenomen.