Grootoogmakreel
Nederlandse naam: Grootoogmakreel
Wetensch. naam: Caranx sexfasciatus
Engelse naam: Bigeye Trevally
Herkomst: Indische en Stille Oceaan
Leefomgeving: Riffen en
lagunes*
Voedsel: Vis en schaaldieren
Lengte: tot 80 cm
Uiterlijk: Ze zijn zilverkleurig met op hun rugvin een witte punt. Op het achterste deel van hun lichaam hebben ze een rij stekelvormige schubben die doorloopt tot het begin van hun staart.
Grootoogmakrelen zijn zo genoemd door hun grote ogen. Die hebben ze nodig om 's nachts, wanneer ze jagen, goed te kunnen zien.
De Grootoogmakreel behoort tot de Stekelmakrelen.
*een lagune is een ondiep meer dat van de zee is gescheiden door een smalle strook land, een zandbank of een koraalrif.
<< Terug